De 28 maanden voor de geboorte van onze mooie Camille: deel 1

24 oktober 2018, 03h30. Na 35weken en 5 dagen zwangerschap breekt mijn water. 4 weken en 2 dagen te vroeg dus, en toch zijn Laurent en ik super kalm. Lakens van het bed, de douche in en hups naar het ziekenhuis. Nuja “hups”: nog 1 keer teruggereden om de lader van de de laptop te gaan ophalen (- want dat event dat ik die avond had moest ik helemaal doorbriefen) én nog een 2e keer teruggereden voor het voedingskussen, maar dan echt weg!

Geen paniek, geen stress, op één of andere manier hadden we er de volle 100 procent vertrouwen in dat ze ons daar in UZ Brussel perfect zouden kunnen helpen. Het feit dat ons kindje ‘prematuur’ geboren zou worden was voor ons het minste van onze zorgen, we hadden wel diepere waters doorzwommen. Ons kindje kwam eraan, ons kindje, waar we al 28 lange maanden op aan het wachten waren.

Terwijl ik het eerste deel van deze blog schrijf ligt ze naast me in haar rotan wiegje, onze perfecte dochter, ons klein wondertje. Want dat is het wel, zo’n klein mensje. Een wondertje, en ze-ker niet vanzelfsprekend. In deze blog neem ik jullie graag mee in ons persoonlijk verhaal over onze kinderwens en het 28-maanden- lange traject dat we aflegden tot de geboorte van Camille.

Ik liep al een hele tijd met het idee rond om dit verhaal te delen. Voor anderen; om een hart onder riem te steken van koppels die dezelfde realiteit reeds moesten ervaren én om ‘awareness’ te creëren bij  mensen voor wie ‘subfertiliteit’ een onbekende of onderschatte problematiek is… Maar ook een beetje voor mezelf; want 20 van de bovenstaande 28 maanden waren zwaar; eerst vooral emotioneel, daarna ook fysiek… Het hielp me in die periode om veel te praten, maar ook om te schrijven. Mijn schrijfsels waren veelal anecdotisch en onsamenhangend. Het doet me momenteel wel deugd om die anecdotes terug op te rakelen en te kaderen in een verhaal. Want we zijn momenteel zo gelukkig met ons gezinnetje, maar de weg ernaartoe, hoe zwaar ook, wil ik nooit vergeten.

“En, wanneer gaan jullie eraan beginnen?”

Het feit dat heel veel mensen het bestaan van ‘subfertiliteit’ of de wijdverspreidheid/impact ervan niet kennen werd ons op verschillende momenten pijnlijk duidelijk. We hebben onze kinderwens nooit echt onder stoelen of banken gestoken, maar het feit dat het bij ons niet meteen allemaal zo vlot verliep, dat wist in eerste instantie maar een kleine groep mensen.

De keren dat ik vragen als ‘En, wanneer starten jullie met kinderen?’ dan ook met een krop in mijn keel beantwoordde met “We willen ons nu even focussen op de lancering van WonderWeddings” of “goh ja, we zullen wel zien” zijn niet op 1 hand te tellen.

Het liefst wilde ik dan dan heel luid schreeuwen “wanneer de natuur het ons toelaat” of “goh ja, zo’n jaar geleden ongeveer, maar ‘t is niet dat je dat zelf in de hand hebt” of -als het mij echt allemaal wat veel werd – “ZWIJG trut/snul, dat is écht een heel erg vervelende vraag”.

Want bekijk het maar eens even zo: koppel X heeft geen kinderen, dit kan het geval zijn om de volgende redenen:

  1. wil geen kinderen, en heeft ook geen zin om voor de vijfentachtigste keer uit te leggen waarom niet
  2. is zwanger, maar wil het nog niet vertellen
  3. wil eerst nog een grote reis doen, een zaak uit de grond stampen, … en heeft ook geen zin om voor de zevenenzestige keer te moeten aanhoren dat ze ‘toch maar best niet te lang meer wachten, want dat het zo wel eens te laat zou kunnen zijn’
  4. is reeds zwanger geweest, maar heeft het kindje vroegtijdig verloren
  5. geraakt niet meteen binnen het jaar zwanger, en heeft dus te kampen met ‘subfertiliteit.

Wij behoren tot categorie nummer 5 en komen daar nu heel erg openlijk voor uit. Al hebben we regelmatig (met een groene lach) geveinsd dat we tot categorie 3 behoorden met één van de voorgenoemde ‘uitvluchten’.

Pas op, het is niet mijn bedoeling om hier met een vinger te beginnen wijzen, want ik ben er zelfs zeker van dat ook ik me – voordat mijn kinderwens de kop opstak – schuldig heb gemaakt aan zulke vragen als hierboven. Maar het taboe rond het onderwerp mag aangepakt worden, en daar draag ik graag mijn mini-steentje (een kiezeltje als het ware) aan bij.

Want taboe is hier niet op zijn plaats. 1 op 6 Belgische koppels heeft hulp nodig om zwanger te geraken. 1 op 6 koppels hebben al ettelijke keren een krop in hun keel moeten wegslikken als ze geconfronteerd worden met vervelende kinderwens-vragen. … 1 op 6 koppels gaan zichzelf geschaamd hebben voor dat jaloerse gevoel dat de kop opstak tegenover koppels waar het wel ‘meteen raak’ was. 1 op 6 koppels zijn bekend met de termen ‘pick-up’, ‘orgalutran’, ‘mooie follikels’ of ‘terugplaatsing’. Kortom, 1 op 6 koppels gaan zich (deels) herkennen in het verhaal dat ik hieronder start.

(sidenote: Bovenstaande redenering klopt uiteraard niet helemaal  – want ik ga ervan uit dat ook holebi-koppels in deze cijfers werden opgenomen.)

Hoe het allemaal begon

Ik schrijf deze blog in stukken, min of meer chronologisch, om alle emoties die we meemaakten zo goed mogelijk terug te kunnen oprakelen. Dus het verhaal van de geboorte, daar zullen jullie nog even op moeten wachten. We gaan eerst een 30-tal maanden terug in de tijd.

Dat Laurent en ik beiden een grote kinderwens hadden, dat werd al duidelijk tijdens onze 4e date. Met beiden net een gin-gini  teveel in onze kraag bespraken we op een terras op de oude markt in Leuven ons ideale gezinsbeeld. Laurent wou graag 4 pagadders, ik vond 2 al best oké… Dronkemans praat? Not so much. Ook de volgende (kater)-dag was het nog zo klaar als een klontje: we wilden graag samen verder én op termijn wilden we graag kindjes (3 ofzo, als gulden middenweg).

2 jaar en een huis later beslisten we ervoor te gaan. We waren samen op reis in Slovenië toen Laurent telefoon kreeg van zijn werk. Hij kreeg een nieuw project voorgesteld, waarbij hij regelmatig in het buitenland zou verblijven. Onze eerste reactie: “dan kunnen we nu best aan kindjes beginnen, want je gaat waarschijnlijk regelmatig niet in het land zijn tijdens mijn ‘vruchtbare periode'”…We gingen er beiden nog vanuit dat zwanger worden – voor 2 gezonde mensen zoals wij – gewoon een kwestie van ‘de juiste timing’ was.

Acht weken later lag ik bij de gynaecoloog om mijn spiraal te laten verwijderen (pijnlijke ervaring, maar daar ga ik hier niet verder over uitwijden),  en konden we eraan beginnen. We hadden er beiden zo’n goed oog in, en waren al volop aan het dromen over onze kleine baby. Bij elke beslissing die we maakten hielden we al rekening met een baby. Zo wilde ik toch even weten “of mijn crossfit-abonnement op ‘pauze’ gezet kon worden wanneer ik hoogzwanger was” voordat ik mijn contract ondertekende of stelde ik de inrichting van mijn bureau-ruimte heel erg bewust uit want ‘dat gaat de kamer worden voor ons 2e kindje’. Vakanties werden nog wel gepland, maar we hielden het veiligheidshalve op auto-vakanties, …

De maandelijkse teleurstelling

En hoewel we de timing altijd mooi in het oog hielden,  en ik me op de duur zelfs wijsmaakte dat ik mijn eisprong kon ‘voelen’, bleven de teleurstellingen zich opstapelen. Ik kon de klok gelijk zetten met mijn cyclus, en telkens opnieuw kwam die desillusie, exact 28 dagen na de start van mijn cyclus. Ondertussen was Laurent zijn project afgelopen, was hij full-time in België en konden we dus ook die ‘verklaring’ niet meer gebruiken. Na 8 maanden namen we dan ook de eerste stap en zochten we hulp.

Gewoon, bij de huisdokter… want er was geen reden om te denken dat er echt iets ‘mis’ zou zijn. Het onderzoek bij de man is net iets minder invasief dan bij de vrouw, dus startten we daar mee. Goed nieuws, alles viel binnen de grenzen van het normale. Deze boodschap, gecombineerd met het feit dat ik zulk een regelmatige cyclus had gaf ons weer even moed, we hadden waarschijnlijk gewoon al een 8-tal cycli pech gehad. De ontgoocheling die telkens de kop opstak als ik ‘weer maar eens’ ongesteld werd, werd er echter niet draaglijker op.

We probeerden er ons niet te hard op te focussen (want dat geeft iedereen je dan als advies “probeer er niet te hard mee bezig te zijn, want die stress das niet goed”). Maar geloof me, als die kinderwens niet meteen vervuld geraakt, dan lijkt het na een tijdje of alles hierom draait. Mijn nood aan controle en het feit dat ik mezelf had aangeleerd dat ‘alles wel lukt, mits je wat beter je best doet’ maakten het voor mij persoonlijk extra frustrerend… Met momenten lukte het ons wel, en konden we het allemaal even loslaten, tot op het moment dat ik weer midden in de nacht wakker werd van de menstruatie-krampen, weer exact 28 dagen na het begin van mijn cyclus. Tranen, zoveel tranen heb ik gelaten.

De definitie van subfertiliteit stelt dat er sprake moet zijn van 1jaar ‘proberen’,dus gingen we, exact 12 maanden nadat ik mijn spiraal liet verwijderen, naar het CRG (Centrum voor Reproductieve Geneeskunde) in Jette. Vol goede moed, want de cijfers spraken in ons voordeel.

Onze ervaringen, onderzoeken en behandelingen in het CRG hou ik graag voor een volgende post.

PS: Zoals ik al eerder vermeldde is mijn verhaal maar een kiezeltje in de bijdrage aan een ‘de-taboesering’ van subfertiliteit. Ik verwijs jullie bij deze graag naar 2 ladies die rotsblokken bijdragen aan het bespreekbaar maken van dit onderwerp:

Eva Mouton:

Marlies Scheveneels: